Een goede twee weken geleden waren Meester en ik ‘zomaar’ een
avondje samen. Die avond kwam onder andere ter sprake waar wij nu staan en wat
een volgende stap zou kunnen zijn. Ik antwoordde meteen dat dat meer richting
vernedering zou zijn. De vervolgvraag was logisch en te verwachten. Hoe ik die
vernedering dan ingevuld zou willen zien worden. Zo! Een van de meest zeldzame
momenten gebeurde: ik viel stil. Ik moest nadenken over dat antwoord, maar er
kwam niets. De nu al toegepaste vernederingen kunnen echt nog wel een stapje
heftiger, maar dat is niet al een volgende stap. De vorige stap die we namen
was juist het toevoegen van vernederingen. Natuurlijk is dat niet in één keer
gegaan, maar geleidelijk. Maar ik kon nu niets meer bedenken dat niet in het straatje
van het nu zou passen, dat een stapje verder zou zijn. Het zouden dezelfde
vernederingen zijn, maar dan net wat meer. Maar nieuwe vernederingen? Die
kwamen niet in me op. Op zich kon ik dat goed verklaren, vernedering is niet
iets waarover ik fantaseer. Sterker nog, op het moment an sich vind ik het vaak
zo vervelend dat ik mezelf zielig ga vinden. Soms word ik er zelfs boos en
opstandig van. Waar ik het dan voor doe? Voor dat gevoel achteraf. Dat ik het
voor Hem heb gedaan, dat ik voor Hem heb volgehouden. Daar doe ik alles immers
voor: Hem trots maken.
De volgende vraag komt ook op tijdens het schrijven: zijn we
wel al toe aan die volgende stap? Moeten we al wel verder gaan? Staan we wel
weer op een splitsing? Nee, ik denk het niet. De splitsing van wegen komt wel
weer in zicht, dus binnenkort gaan we wel weer eens verder kijken. Alleen
hoeven we dat nu nog niet te doen. We wandelen nog rustig op die rechte weg
zonder afslagen en bewonderen al het moois om ons heen. En laten we maar niet
over gaan op een sprintje en nu blijven genieten van al het moois!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten