Een van de mooie dingen aan mijn BDsM-beleving, vind ik het nagenieten. Jullie zien me elke keer in een verslag schrijven over mn spierpijn. Het is een bitterzoete herinnering aan wat er dat weekend allemaal is gebeurd. Daarnaast vind ik de bekende marks ook ontzettend gaaf. Soms kan mijn hele achterkant onder de strepen staan, maar na een paar uur zijn deze al weg. Zeker als het rode strepen zijn. De gavere marks vind ik diegene die er na het weekend nog steeds staan. De dagen na het weekend kijk ik dan vol trots in de spiegel, hoe ze van blauw/rood, langzaam naar groen en uiteindelijk naar geel verkleuren. En opeens zijn ze dan ook vaak weg. Meestal duurt dit een dag of vier, vijf en Meester geniet regelmatig nog mee. Heel af en toe staan marks langer, zeker die van de cane op de gevoelige en dunne huid van mijn benen, kunnen maandenlang een schaduw achterlaten.
In mijn vorige verslag konden jullie lezen over de straf die ik kreeg. 30 of meer, ik weet t niet meer, slagen op dezelfde plek. Het zorgde dat ik voor het eerst in tien jaar echt meer dan een avond ongemakkelijk zat. Het zorgde voor dieppaarse plekken op mijn billen. Toch waren ook die binnen een week weg. Echter, voor een opdracht van Meester moest ik noodgedwongen ook mijn achterkant bekijken. Hoe vaak zie je die immers in de spiegel? Ik vrijwel nooit. En wat zag ik daar? Twee rozerode plekken op mijn billen. Trots deelde ik het met Meester en Hij was bijna net zo trots als ik. Allebei kijken we echt uit naar ons volgende weekend, dus dit was wel weer even n opstekertje. Eindelijk eens échte marks!
En wat maken marks in het algemeen nou dat ik er trots op ben? Het is een fysiek bewijs aan wat ik heb doorstaan en dat ik het heb volgehouden. Het is een fysiek bewijs aan een D/s die maar twee dagen per maand wordt geconsumeerd. Het is een fysiek bewijs aan Hem en ons. Zeker als Hij net zo trots is op die marks als ik!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten